Wouter Koelewijn: ‘Ziekenhuizen zijn verplicht om handen en voeten te geven aan samen beslissen’

Op 1 januari 2020 werd samen beslissen verankerd in de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO). Wat betekent dit een jaar later voor patiënten, artsen en ziekenhuizen? Wouter Koelewijn, specialist gezondheidsrecht en advocaat bij Van Bethem & Keulen, reageert op deze vraag.

‘De Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst (WGBO) gaat zoals de naam al zegt over de overeenkomst tussen hulpverlener en patiënt. In het ziekenhuis komt die overeenkomst juridisch tot stand tussen het ziekenhuis en de patiënt. Opname van samen beslissen in deze wet betekent dat ziekenhuizen contractueel verplicht zijn om handen en voeten te geven aan het recht van de patiënt om samen te beslissen. Zij moeten hiervoor voorwaarden scheppen (denk aan voldoende tijd, opleidingen en dergelijke) en de artsen goed instrueren. De artsen (of andere zorgverleners) voeren vervolgens die verplichting van het ziekenhuis in de dagelijkse praktijk uit.

Daarnaast werkt deze nieuwe WGBO-regel door in de tuchtrechtelijk norm, het beroepsrecht van artsen. Onderdeel van goed hulpverlenerschap is dat de arts de patiënt uitnodigt om vragen te stellen en samen te beslissen in plaats van eenzijdig te zenden. De arts heeft dus vanuit het tuchtrecht de plicht om de patiënt een palet van verschillende behandelingen en methoden voor te houden, hem hierover goed te informeren en samen met hem te beslissen. Daarbij moet de arts rekening houden met het bevattingsvermogen van de patiënt.

Het ziekenhuis heeft dus de contractuele verplichting dat er samen met de patiënt wordt beslist. Als dat niet gebeurt, is dat een tekortkoming en is het ziekenhuis aansprakelijk voor eventuele schade.
Voor de arts geldt dat samen beslissen hoort bij ‘goed hulpverlenerschap’ en de beroepsnorm. Hij is hier tuchtrechtelijk toe verplicht. Voor zover ik kon nagaan, zijn hierover in 2020 nog geen tuchtzaken geweest.’