‘Video-opnames leren ons meer ruimte te maken voor de zorgvraag’

Het schisisteam van UMC Utrecht wil samen met ouders en kinderen met schisis beslissen én de zorg evalueren. Een nulmeting met filmopnames in de spreekkamers leverde hiervoor waardevolle inzichten op. ‘Je ziet allerlei dingen die je tijdens het gesprek mist, omdat je er zelf onderdeel van bent’, vertelt Aebele Mink Van der Molen (plastisch chirurg).

‘Zo wordt de informatieoverdracht soms verstoord doordat een kind aandacht vraagt, op schoot wil en even later weer gaat spelen. Bovendien spreken ouders vaak met meer zorgprofessionals tegelijk en gaan ze bij verschillende collega’s langs.’ Het bekijken van de beelden leverde meteen leerpunten op. ‘We kunnen de informatie bijvoorbeeld nog beter doseren en afstemmen op de behoefte.’

Bijzondere zorg
Schisis, een aangeboren spleet in de bovenlip, -kaak en/of het gehemelte, wordt in Nederland multidisciplinair behandeld. De zorg strekt zich uit van 0-18 jaar, waardoor de beslissingsbevoegdheid gedurende het proces verschuift van ouders naar kind. Bij het zorgproces zijn allerlei zorgverleners betrokken, zoals de kaakchirurg, de plastisch chirurg, de KNO-arts, de logopedist en de psycholoog. Tijdens een controlebezoek gaan ouders en kinderen in het UMC Utrecht in een carrousel bij hen langs.
Mink Van der Molen: ‘In principe zijn er bij onze behandelingen twee of meer opties. Bij een open gehemelte, bovenlip of kaak willen alle ouders dat wij dat na de geboorte netjes repareren. Maar wat doe je als er na herstel van het zachte gehemelte nog een licht open neusspraak bestaat? Hoe lang wil een puber een beugel? En wil een achttienjarige nog een neusoperatie of wil hij liever ongestoord zijn diploma kunnen halen?’

Gedegen aanpak
Reden genoeg om samen te beslissen. Maar doen we dat voldoende en volgens de stappen van de option 5, vroeg het schisisteam zich af. Het team besloot tot een gedegen aanpak met begeleiding van Jolande van Luipen (stafadviseur Kwaliteit van zorg). Allereerst werd een nulmeting gedaan en volgde het team een e-learning samen beslissen. Voor de nulmeting werden vier patiënten tijdens hun bezoek aan de schisispoli gefilmd bij hun ronde langs de verschillende zorgverleners.
Van Luipen en haar collega Bertine Kroon observeerden de beelden aan de hand van de option-5-score. Werden de verschillende opties aan de patiënt voorgelegd? En in hoeverre werd de patiënt uitgenodigd om mee te beslissen? Ook vroegen ze patiënten hoe ze het spreekuur hadden ervaren en of ze het idee hadden dat ze zelf hadden beslist over de behandeling. ‘Uit die gesprekken kwam naar voren dat samen beslissen nog nieuw was voor patiënten en dat niet altijd duidelijk was waarom ze bijvoorbeeld ook naar de KNO-arts gingen’, vertelt Van Luipen. ‘Uit onze observatiescores van de opnames bleek dat de meeste stappen werden genomen, maar dat dit niet altijd gestructureerd gebeurde. Ook stelden verschillende professionals dezelfde vragen aan patiënten.’

Naar gepersonaliseerde zorg
Die observaties besprak Van Luipen met het schisisteam, ondersteund met een selectie van beelden. Daarna keken de zorgprofessionals hun eigen opnames met directe collega’s terug. ‘Dat bleek erg leerzaam’, vertelt Mink Van der Molen. ‘Ik zag dat we best sturend zijn bij beslissingen over spraakverbeterende ingrepen en tot op zekere hoogte ook bij secundaire correcties in de pubertijd. Soms bleken we een specifieke zorgvraag aan het begin van het gesprek te hebben gemist. De opnames leerden ons om daarvoor meer ruimte te maken. Op zich informeren we ouders en kind voor ons gevoel goed over de verschillende mogelijkheden en de voor- en nadelen, maar die informatie bereikt de patiënt niet altijd in één keer. We checken nog onvoldoende of onze informatie ook echt is overgekomen.’ Eind 2020 volgt een tweede meting om te kijken of er vooruitgang is geboekt.

Het schisisteam wil daarnaast op basis van vragenlijsten (PROMs) en klinische uitkomsten de consulten en informatie afstemmen op de individuele patiënt. Van Luipen: ‘Op basis van die uitkomsten krijgt de patiënt een consult op maat. Als bijvoorbeeld zijn spraak achterblijft, gaat hij naar de KNO-arts en de logopedist. Tegelijkertijd maken we de volgorde van de consulten logischer en voorkomen we dubbele vragen. Door te focussen op de uitkomsten en vragen van ouders en kinderen, kun je sneller ‘het diepe in’ en bespreek je geen dingen die er op dat moment niet toe doen. Het hele zorgproces ondersteunt zo samen beslissen, terwijl de zorg ook efficiënter wordt.’