‘Pas je communicatie op alle fronten aan’

Jacqueline Blasé-van der Meer (adviseur patiëntenvoorlichting Albert Schweitzer ziekenhuis) reageert op de vraag ‘Hoe maken we samen beslissen mogelijk voor iedereen? Ook voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden.’

‘Samen beslissen vraagt van patiënten gezondheidsvaardigheden. Is iemand in staat om informatie over zijn gezondheid te vinden? Begrijpt hij het dan ook? En kan hij dat vervolgens toepassen op zijn eigen leven? Daarvoor moet je wel een aantal dingen kunnen. Zoals begrijpend lezen, jezelf kritische vragen stellen, onderscheid maken tussen wat meer of minder belangrijk is, en de consequenties van een keuze overzien.

Samen beslissen met patiënten met lage gezondheidsvaardigheden vraagt van zorgverleners om hun communicatie grondig aan te passen. Daarvoor is bewustwording nodig, dat het om een grote groep patiënten gaat (36%). En dat je het niet altijd aan iemand kunt zien, dat je alert moet zijn op de signalen en dat je je communicatie(stijl) aanpast.

In het Albert Schweitzer ziekenhuis zijn we al ruim tien jaar bezig met het thema laaggeletterdheid en de invloed op gezondheid. We schrijven onze folders in begrijpelijke taal en promoten het gebruik van ‘de 3 goede vragen’ en hebben daarvan een eigen variant (pdf) gemaakt. We geven workshops waar aan bod komt hoe je iemand met lage gezondheidsvaardigheden herkent en wat je dan kunt doen. Maar ook simpele methodes als ‘Ask me 3’ (wat moet iemand weten en doen en waarom is dat belangrijk) en over de ‘teach-back’ methode (om te achterhalen of wat je hebt verteld, is overgekomen).

Samen beslissen vraagt een andere manier van omgaan met elkaar. Voor artsen betekent dat een andere manier van gespreksvoering. Wat zij medisch gezien het allerbeste voor een patiënt vinden, hoeft niet aan te sluiten bij hoe de patiënt in het leven staat of wat zijn gedachten zijn over ziekte en gezondheid. Bij het ene specialisme is dat vanzelfsprekender dan bij het andere. Dat geldt evengoed voor patiënten. De één is gewend om de regie over zijn eigen leven te nemen en zet dat door in de spreekkamer. De ander zegt misschien: “ik weet het niet, zegt u het maar dokter …” En dat mag ook, als iemand de informatie en de opties goed heeft begrepen en samen met de zorgverlener heeft kunnen spreken over wat hij belangrijk vindt in zijn leven. Dan de kan de zorgverlener een advies geven dat daarbij past.’