Keuzehulp behandeling vergrote prostaat aangescherpt

Bij het maken van de keuzehulp ‘Mannen met plasklachten door een goedaardig vergrote prostaat’ anticipeerde projectleider Paul Kil (uroloog ETZ) op de Leidraad ‘Hoe maak ik een keuzehulp bij een richtlijn?’. Onlangs verbeterde Bekkenbodem4All deze keuzehulp vanuit patiëntenperspectief. Zo is er nu ook aandacht voor een mogelijk veranderde beleving van seksualiteit.

 

De keuzehulp voorziet volgens Kil in een grote behoefte. ‘Vrijwel alle oudere mannen krijgen deze prostaatklachten. Bovendien is het doel van de behandeling meestal het verbeteren van kwaliteit van leven. Juist dat kan voor iedereen anders zijn. Voor de een is het vervelend om ’s nachts een aantal keer naar het toilet te moeten, terwijl een ander daar goed mee kan leven en opziet tegen een operatie of levenslang medicijngebruik.’ De keuzehulp helpt patiënten aan de hand van stellingen en vragen te achterhalen wat hun waarden en voorkeuren zijn en of bijwerkingen van medicatie bijvoorbeeld opwegen tegen hun huidige klachten.

Meer aandacht voor intimiteit
Daarom heeft de patiëntenorganisatie geadviseerd  om in de keuzehulp meer aandacht te besteden aan seksualiteit en intimiteit. ‘Ook misten we aandacht voor herstel en revalidatie. Daarnaast hebben we aangegeven dat de informatie en het taalgebruik op verschillende plekken concreter en duidelijker kon.’ De stappen in de Leidraad hielpen Bekkenbodem4All om de keuzehulp op een gestructureerde wijze te beoordelen. Zo is gekeken of de mogelijke vragen en voorkeuren van patiënten goed aan bod kwamen en naar de vertaling daarvan in de keuzehulp.

Spoorboekje
Kil is blij met de inbreng van Bekkenbodem4All. ‘Al hun suggesties zijn verwerkt in de herziene versie. We hadden in een eerder stadium al een focusgroep met patiënten geraadpleegd. Het is essentieel dat we patiënten en patiëntenorganisaties betrekken bij de ontwikkeling van keuzehulpen. Zij vinden andere dingen belangrijk dan artsen.’ De Leidraad ‘Hoe maak ik een keuzehulp bij een richtlijn’ fungeert eigenlijk als een spoorboekje en helpt je om de juiste stappen te nemen in de goede volgorde, is zijn ervaring. ‘Daarmee voldoe je aan terechte eisen van alle betrokkenen, vanuit de wetenschappelijke vereniging en patiëntenorganisaties. Dat maakt een keuzehulp beter en stimuleert een breed gebruik.’

Kil beaamt dit. ‘Samen beslissen geeft de patiënt regie over zijn ziekteproces. Hij is meer gemotiveerd omdat hij zelf achter een behandeling staat en erover heeft nagedacht. We zijn samen verantwoordelijk. Een keuzehulp helpt daarbij, maar we moeten ons als arts vooral ook openstellen voor de eigen inzichten van de patiënt. Dan wordt de spreekkamer een gesprekskamer.’

Impact op levenskwaliteit
Nicole Schaapveld, voorzitter van Bekkenbodem4All, onderkent het nut van keuzehulpen. ‘Het is een mooi instrument om patiënten actief te betrekken bij de meest passende oplossing en zich goed voor te bereiden op het gesprek met de arts. Zeker wanneer zowel de kwaal als de behandeling impact kunnen hebben op de kwaliteit van leven.’
Hoewel gering, is er bij een operatie een risico op (tijdelijke) incontinentie of impotentie. ’Dit zijn beladen klachten die grote invloed kunnen hebben op de eigenwaarde van de patiënt en binnen relaties’, zegt Schaapveld. ‘Door dit thema te benoemen in de keuzehulp denken patiënten hierover na en nodigt het hen en de arts uit, om hier in het gesprek op terug te komen.’

Spreekkamer wordt gesprekskamer
Kil en Schaapveld benadrukken dat het gebruik van een keuzehulp en samen beslissen vanzelfsprekend zouden moeten zijn. Maar Schaapveld signaleert dat helaas nog niet alle ziekenhuizen goede keuzehulpen gebruiken. ‘We vinden dat keuzehulpen gratis toegankelijk moeten zijn voor patiënten. Daarom hebben wij alle keuzehulpen op onze website geplaatst, waaraan wij hebben meegewerkt en die volgens de Leidraad zijn gemaakt. Maar wel met de kanttekening dat de keuzehulp nooit het goede gesprek met de zorgverlener kan vervangen.’ Het is haar overtuiging dat dergelijke informatie de patiënt helpt om samen met zijn zorgverlener de voor hem meest passende behandeling te kiezen.

 

(foto Paul Kil: Cees Roelofs)