‘Als je vraagt naar het leven van patiënten, kun je echt samen beslissen’

Neuroloog Leo Visser (Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis) schreef het boek ‘Menselijkheid in de zorg’ over de dialoog tussen arts en patiënt. Het waren vooral persoonlijke interviews met MS-patiënten die zijn ogen openden voor de impact van ziekte op hun leven. Visser vindt dat communicatie een vaste plek moet krijgen in het tweede deel van de opleiding van coassistenten. ‘Dan kunnen zij het direct toepassen.’

 

Uw boek gaat ook over uw persoonlijke ervaringen met de zorg van familieleden. Wat viel u op?
‘Mijn moeder was een intelligente vrouw die veel over haar aandoening wist. Maar na een gesprek met vier specialisten voelde ze zich verloren en onzeker, doordat haar geen vragen werden gesteld en ze geen uitleg kreeg over wat er met haar zou gebeuren. Als je ziek bent, kost alles veel energie en ben je kwetsbaar. Als je je als arts in dat perspectief verplaatst, vraag je waar de patiënt zich zorgen over maakt en wat hij of zij wil weten.’

Uw boek gaat ook over uw persoonlijke ervaringen met de zorg van familieleden. Wat viel u op?
‘Mijn moeder was een intelligente vrouw die veel over haar aandoening wist. Maar na een gesprek met vier specialisten voelde ze zich verloren en onzeker, doordat haar geen vragen werden gesteld en ze geen uitleg kreeg over wat er met haar zou gebeuren. Als je ziek bent, kost alles veel energie en ben je kwetsbaar. Als je je als arts in dat perspectief verplaatst, vraag je waar de patiënt zich zorgen over maakt en wat hij of zij wil weten.’

 

Heeft die ervaring uw eigen werkwijze veranderd?
‘Ik leer iedere keer weer van onze enquêtes en heb vooral veel opgestoken van persoonlijke interviews met MS-patiënten die we zelf afnamen. Daardoor ervoer ik hoe groot de impact van MS op het leven van de vaak nog jonge mensen is. Dan besef je dat je niet kunt zeggen ‘lees de folders’ en ‘kom eens terug’. Je moet in gesprek gaan over de onzekerheid en hun gevoelens benoemen. En volgen hoe ze hun leven op de rails krijgen en houden. Pas als je als arts weet welke angsten en denkbeelden een patiënt over de ziekte heeft, kun je vertellen dat die niet hoeven te kloppen.’

 

U constateert in uw boek dat de specialist te veel is gericht op het medische model en te weinig op het leven met de ziekte. Waarom is dat laatste belangrijk?
‘We denken en handelen te vaak vanuit het medisch perspectief. Wat is de oorzaak en hoe kunnen we het probleem medisch oplossen? Maar steeds vaker hebben mensen een ziekte voor de rest van hun leven. Het perspectief van de patiënt is: ‘wat betekent deze ziekte voor mij, voor mijn relatie, mijn werk en hobby’s?’ Als je vraagt naar het leven van patiënten, kun je echt samen beslissen en de zorg verbeteren. Als een patiënt musicus is, geef ik geen medicatie die zijn gehoor beïnvloedt. Maar daarvoor moet ik wel eerst kennismaken met hem.’

 

‘Pas als je als arts weet welke angsten en denkbeelden een patiënt over de ziekte heeft, kun je vertellen dat die niet hoeven te kloppen.’ 


Wat is nodig om te komen tot samen beslissen?
‘Dat vraagt om goede en duidelijke informatie. Een pictogram zegt bijvoorbeeld meer dan een getal zoals 4%. Geef ook niet te veel en te snel informatie. Voor de arts is het allemaal gesneden koek. Een patiënt moet het in een keer verwerken, terwijl het over zijn leven gaat. Vraag de patiënt aan het eind van het gesprek maar eens om het gesprek samen te vatten.
Maar we moeten ons vooral eerst verdiepen in de achtergrond van de patiënt. Hoe ziet zijn dagelijks leven eruit, wat vindt hij belangrijk en welke beelden over de toekomst heeft hij? In een paar minuten kun je al zoveel te weten komen, terwijl je tegelijkertijd vertrouwen opbouwt.’

 

Communicatie wordt al zo lang als bottleneck benoemd. Hoe krijgen we het roer om?
‘Door communicatietrainingen op maat. Iedere arts heeft sterke kanten en valkuilen. Door te werken met opnames in de spreekkamer of door elkaar feedback te geven, kun je gericht vaardigheden versterken. Communicatie moet ook in het tweede deel van de opleiding van coassistenten een vaste plek krijgen, tijdens de fase waarin zij in het ziekenhuis werken en de opleiding tot medisch specialist volgen. In het begin van de opleiding moeten studenten veel stof over ziektebeelden en het lichaam leren. Dan is er niet veel extra ruimte. Communicatie valt tijdens coschappen meer op zijn plaats. Dan kunnen studenten het direct toepassen.’