De verpleegkundige als besliscoach

Verpleegkundigen zijn voor patiënten een laagdrempelige gesprekspartner, ook bij het nemen van een behandelbeslissing die past bij hun leven, weet Monique Baas. Ze is casemanager neuro-oncologie en houdt zich in én buiten het LUMC al zestien jaar bezig met communicatie en besluitvorming.

Welke rol hebben verpleegkundigen in samen beslissen?
‘Verpleegkundigen zien de patiënt in een andere situatie dan de arts. Ze begeleiden patiënten bijvoorbeeld bij een chemokuur of spreken hen aan het bed. Voor patiënten zijn ze heel benaderbaar. Verpleegkundigen kunnen signaleren of er nog vragen leven of dat een patiënt onvoldoende op de hoogte is van bijwerkingen. Of dat een keuze niet goed is gemaakt, omdat de patiënt of arts is uitgegaan van aannames die niet kloppen. Dan kun je een extra gesprek organiseren en de patiënt en zijn naaste ondersteunen bij de voorbereiding daarvan. Verpleegkundigen kunnen de patiënt zo coachen bij het beslisproces.’

Worden verpleegkundigen hierin opgeleid?
‘Het is belangrijk dat verpleegkundigen zich bewust worden van samen beslissen en hun rol hierin. Het LUMC heeft een e-learning gemaakt, die we samen met de NFK aanpassen met modules voor verpleegkundigen. Een e-learning is vooral een eerste kennismaking. Verpleegkundigen moeten ook getraind worden in communicatie rond het beslisproces en in hun ondersteunende rol daarbij. Gelukkig zien steeds meer opleidingen in dat lessen over samen beslissen in het curriculum thuishoren.’

Je houdt je al lang bezig met besluitvorming en communicatie. Merk je dat samen beslissen praktijk wordt?
‘Het heeft lang geduurd voordat allerlei wetenschapsvisies over besliskunde werden ingevoerd in de praktijk. Gelukkig worden patiënten steeds meer betrokken bij behandelkeuzes. Het helpt om het gesprek op te bouwen volgens de vier besluitvormingsstappen van prof. Anne Stiggelbout (hoogleraar medische besliskunde) maar ik weet ook dat dat lastig is. Tijdens mijn workshops aan verpleegkundigen hoor ik dat vaak terug. Wij weten veel van de aandoening en dat bepaalt soms onbewust het gesprek, terwijl het gaat om de méns met die aandoening. Soms stuur je een patiënt al door je woordkeuze ongemerkt een bepaalde richting op. En als je met een advies uit het multidisciplinair overleg  de spreekkamer binnenkomt, ben je geneigd om in ieder geval dát advies goed met de patiënt door te nemen. Ook de optie niet-behandelen komt nog te vaak niet op tafel.

Als casemanager ben ik vaak aanwezig bij consulten. Wanneer ik tijdens een gesprek merk dat er stappen worden overgeslagen, stel ik vragen, die belangrijk zijn voor samen beslissen. Bijvoorbeeld over hoe de patiënt de ziekte ervaart, wat hij wil bereiken of waar hij bang voor is.’

Wat is vooral jouw rol als casemanager?
‘Naast gesprekken waarin ik toelicht wat de arts heeft besproken, voer ik gesprekken met patiënten en naasten over psychosociale ondersteuning. Wanneer ik merk dat er een keuze is gemaakt die niet past bij de patiënt of gebaseerd is op verkeerde aannames, stuur ik aan op een extra gesprek. Ik signaleer soms ook hiaten in kennis. Dan adviseer ik patiënten iets na te vragen en help ik dat gesprek voor te bereiden. Als casemanager kan ik met de arts overleggen over de communicatie rond de besluitvorming, en over welke informatie de patiënt daarvoor nog nodig heeft. Ik zie vooral patiënten met agressief groeiende hersentumoren. Een behandeling daarvoor is niet genezend, maar kan wel klachten verminderen en de dood uitstellen. De vraag is dan steeds of een patiënt daar zo’n intensieve behandeling voor over heeft.

Mijn rol is vooral het coachen van patiënten en naasten. Ik ondersteun hen om vragen te stellen en de voor en tegens van een behandeling af te wegen voor hun leven. Als iemand een actief leven heeft, is het zinvol om te weten dat er na de behandeling een periode van vermoeidheid kan volgen. Dan kan een patiënt afwegen of hij die prijs over heeft voor een nabehandeling waarbij het onzeker is wat dit hem oplevert. Zo help ik patiënten tot een besluit te komen dat bij hen past.’

Je bent ook adviseur waardegedreven zorg. Hoe kan dat helpen bij samen beslissen?
‘Bij waardegedreven zorg meten we uitkomsten die patiënten ervaren in hun leven (PROMs), bijvoorbeeld welke beperkingen zij ervaren in hun dagelijks leven, maar ook wat goed gaat. Of waar een patiënt zich zorgen over maakt en wat een ernstige ziekte voor het gezin betekent. Zo komen we er achter of een behandeling de kwaliteit van leven verbetert, of dat het middel eigenlijk erger is dan de kwaal. Allemaal ‘waarden’ die, samen met medische uitslagen als bloedwaarden, meewegen in de gezamenlijke beslissing over de vervolgstappen in de behandeling. Bij het terugkoppelen van deze uitkomsten ontkom je dus niet aan samen beslissen.’