3 goede vragen helpen kinderen om te sparren met hun dokter

De 3 goede vragen voor kinderen zijn niet uit de lucht komen vallen, ze zijn er al voor volwassenen. Kinderen, jongeren en ouders hebben in vier focusgroepen zelf de 3 goede vragen voor kinderen bedacht, onder leiding van deskundigen van Kind en Ziekenhuis.

‘Het voeren van gesprekken met zieke kinderen vraagt ervaringsdeskundigheid en specifieke kennis’, vertelt projectmanager Eva Schmidt-Cnossen. ‘Zelf ben ik moeder van een zorgintensieve zoon.’

Kunst apart
Kinderen aan het praten krijgen, is een kunst apart. ‘Onze methodiek is speciaal voor kinderen ontwikkeld, waarbij we een ‘trechtermethode’ hebben gebruikt. We zijn breed begonnen om uiteindelijk uit te komen bij de vragen’, vertelt Schmidt-Cnossen.

Zo werd de kinderen na een warming-up om de tongen los te maken, gevraagd wat ze willen weten als ze opeens de verzonnen ziekte ‘groene koorts’ zouden hebben. ‘Dat leverde gelijk nuttige vragen op als: Wat is groene koorts? Wat moet ik doen om beter te worden? En wat mag ik wel en niet doen? Door meer in te zoomen op de vragen met behulp van een vragenboek, en door naar de vragen voor volwassenen te kijken, zijn we uiteindelijk tot ‘3 goede vragen voor kinderen’ gekomen.’

 

Testen in de praktijk
De vragen zijn ook al in de praktijk getest in de vier ziekenhuizen (het Ommelander Ziekenhuis Winschoten, het Emma Kinderziekenhuis, het Rijnstate Arnhem en het Bernhoven ziekenhuis). Er werd eerst een nulmeting gehouden. Nadat er was proefgedraaid met de vragen en de bijbehorende materialen, volgde een tweede meting. ‘Het grootste verschil was dat de arts bij de nulmeting vaak één oplossing bood; er kwamen meestal geen andere mogelijkheden of een andere medicijntoepassing aan bod. Vooral op dit punt zagen we bij de tweede meting een verbetering. De arts was zich bewuster van andere mogelijkheden en besprak die. Een andere verandering was dat het kind een actieve rol kreeg in het gesprek. Het gesprek vond niet meer hoofdzakelijk tussen de ouder(s) en de dokter plaats. Belangrijk gegeven was dat het kind wil weten wat de ziekte nú voor hem betekent, terwijl de ouders meer op later zijn gericht.’
Een aandachtspunt blijft volgens Schmidt-Cnossen de voorbereiding van het gesprek. Om dit te bevorderen, kunnen de ziekenhuizen de vragen vooraf toesturen. En de baliemedewerker attendeert kinderen en ouders op de folder, zodat ze zich ook in de wachtkamer nog kunnen voorbereiden.

 

Meer regie
Schmidt-Cnossen benadrukt dat de vragen een hulpmiddel zijn om samen beslissen in de spreekkamer te stimuleren, waarbij bewustwording van dokters essentieel is. ‘Kinderen krijgen door een totaalaanpak meer regie in de spreekkamer. Ze kiezen bijvoorbeeld zelf welk medicijn en welke toedieningsvorm het beste past in hun leven. Wanneer sporten ze, wanneer zijn ze thuis, vinden ze het vervelend om medicatie op school te gebruiken …? Als je dat met een kind bespreekt, kom je samen tot een oplossing die past in zijn leven.’ Een arts verwoordde zijn ontdekking treffend: ‘We zijn te oplossingsgericht en willen meteen behandelen. Ik heb geleerd dat kinderen en ouders informatie komen halen en niet altijd direct een oplossing willen. Daar willen ze eerst over nadenken.’

 

De 3 goede vragen voor kinderen

  1. Dit voel ik, wat is het?
  2. Wat kunnen we er allemaal aan doen?
  3. Wat betekent het voor mij nu en later?

 

Reacties van kinderen op de 3 goede vragen

  • ‘Ik Vind de folder van de 3 goede vragen fijn, dan kan ik mij thuis voorbereiden.’ (jongen 13 jaar)
  • ‘Zelf zou ik het niet gebruiken, mijn moeder doet het woord.’ (jongen 14 jaar)
  • ‘Fijn dat er nu ook iets voor mij is om mee te helpen praten.’ (meisje 8 jaar)

 

Posters en flyers met de 3 goede vragen voor kinderen zijn te bestellen op www.3goedevragen.nl/kinderen